Historiek Sporting Ternat : 1960 - 1970
Op 30 september 1960 mocht sporting één van zijn belangrijkste trofeeën vieren. Zij waren laureaat geworden in de wedstrijden ingericht door de brouwerij Ginder-ale en het Nieuwsblad en mochten hiervoor "de gouden bal" ontvangen.

De zestiger jaren zijn echter voornamelijk het begin geweest van een tijdperk waarin er niet meer voor teruggedeinsd werd om ook niet ternatse spelers op te nemen in de ploeg. Er werd ook talent aangetrokken van ver over de gemeentegrenzen en de semi-professionalisering van het provinciaal voetbal deed sluipend zijn intrede. De tijden waarin alleen gespeeld werd voor een gratis drankbonnetje en de eer waren definitief vervlogen. Alzo werd de ploeg van het begin van de jaren zestig gestoffeerd door mannen als d'Hulster, Albert De Groodt, Albert Heyvaert, De Vliegher, Xavier De Wachter, Disiré De Ryck (dissen), Albert De Raeymaker, de anderlechtse keeper Bolleyn en Firmin Van Schaftingen.

Toch bleven er ook nog altijd enkele plaatselijke vedettes om de belangstelling van de supporters op peil te houden. In deze ploeg die eerst onder leiding stond van Jean Valet en later Mainke Vanden Houtte vinden wij aldus ook onder meer Roger De Breucker, Franske Van Bleyenberg, Fonske Vonck, Jules Claes, Jef Laurent en Willy Roesems terug.

Een bijzondere figuur in deze periode is ontegensprekelijk Nico Dillens. Nico was oorspronkelijk voor één jaar aangetrokken door Emile Coppens en Gust De Vits vanuit het prestigieuze Anderlecht. Louis De Saeger aan wie gevraagd werd, na zijn succesvolle carrière in Racing Mechelen en later Houdeng, om de rol van trainer-speler te vervullen voor het seizoen 1962-63, was in bekoring van dit fenomeen en zorgde er later voor dat Nico uiteindelijk na enkele seizoenen opnieuw terecht kwam waar hij thuis hoorde. Dillens was immers op eerder toevallige wijze in Ternat verzeild geraakt na zijn legerdienst. Deze klassespeler die met de allergrootsten van die tijd (Jef Jurion, Paul Van Himst) de jeugdreeksen van Anderlecht had doorlopen, was immers onmiskenbaar enkele maten te groot voor sporting en trad vanaf het seizoen 1964-65 dan ook volkomen terecht aan bij Racing Mechelen met wie hij onmiddellijk promoveerde naar eerste klasse. Nico Dillens nam zelf een twintigtal doelpunten voor zijn rekening. Oudere ternatse supporters bewaren in elk geval aan hem nog altijd een heel goede herinnering. Dillens was niet alleen een speler met een heel groot voetbalinzicht. Hij had daarbij ook nog het echte goalgettersinstinct Zo scoorde hij ooit in een wedstrijd Ternat-Meise niet minder dan 8 doelpunten. De einduitslag was 9-3 geweest.

Tijdens de zestiger jaren speelde sporting onafgebroken in derde provinciale, met uitzondering van de seizoenen 1960-61 en 1964-65 waarin ze in tweede optraden. Zij promoveerden telkens na een eindronde. In 1960 was de promotie te danken aan een overwinning op Wilsele met 0-1 uit een doelpunt van Frans Plas en in 1964 stegen ze nadat ze tweede eindigden in de competitie na U.S. Laken. Nochtans bleek vlug dat tweede provinciale nog te hoog gegrepen was, en Sporting hield er dan ook maar één seizoen stand.

Op bestuursvlak waren de zestiger jaren gekenmerkt door een grote stabiliteit. Emile Coppens was onafgebroken secretaris, Albert Roziers bleef schatbewaarder en sedert mei 1964 was Jean Rollier de voorzitter.

Onder trainers Jean De Ridder en Jean Vallet, meldde zich midden van de jaren zestig, naast een aantal vaste waarden in de ploeg zoals wijlen Dolfke Maes, Felicien De Vos, Roger De Breucker, een lichting ternatse jonge spelers, die in de jaren zeventig het ternatse voetbal een belangrijke lifting zou geven. Wij denken dan voornamelijk aan André Sergeant, Etienne De Leu, Rik Van De Velde, Jef Van Vaerenbergh, Louis Maes, doelman Jean-Louis Rossel ... Allen speelden zij in de eerste ploeg voor ze hun legerdienst deden en in het jaar1966 toen zij onder de wapens moesten hield sporting dan ook zijn hart vast. Zij speelden eind van de zestiger jaren in een elftal met de bijna legendarische keeper Eddy Gysens, die de al even verdienstelijke Rossel al te vaak in de schaduw stelde, en een haast niet te kloppen achterlijn waarvan Frans Van Limberghen, Ghislain Stijlemans en Pierre Van Mulders (pie van kloemp) de rotsen in de branding waren. De voor- en middenlijn werd gedragen door Louis Maes en was gekleurd - en dat moet letterlijk genomen worden - met twee Henry's, waarvan Henri Popagassi het dribbelvermogen had van Rik Coppens en de snelheid van een jachtluipaard, maar al te vaak faalde bij de afwerking.

© Ronald Parys - Sporting Ternat van 1950 tot 2000, Kroniek van een voetbalploeg.

 
Related Pages
 
Historiek 1950 - 1960
 
Historiek 1960 - 1970
 
Historiek 1970 - 1980
 
Historiek 1980 - 1990
 
Historiek 1990 - 2000