Historiek Sporting Ternat : 1970 - 1980
Begin van de zeventiger jaren werd onder leiding van Danny De Praetere en vervolgens onder oude glorie Willy Moens een nagenoeg volledige ternatse kern uitgebouwd. Toen humbekenaar Hugo Moens tijdens het seizoen 1971-72 de ploeg in handen kreeg, waren de fundamenten van het kernelftal dan ook al grotendeels gelegd.

In die periode was bijna de helft van de ploeg afkomstig van de cité of was er op dat ogenblik woonachtig. André Sergeant, François Vanderstraeten (den belg) en de iets jongere middenvelder Roger Van Rossem waren nagenoeg buurjongens geweest in de oude L. Cantillon-wijk, terwijl Ghislain Stylemans, Jean-Marie Everaerts en André De Donder allen hun intrek hadden genomen in de nieuwe wijk van de toenmalige sociale huisvestingsmaatschappij "kleine landeigendom" aan de overkant van de Brusselstraat . De ploeg had vervolgens ook nog Etienne De Leu, Jef Van Vaerenbergh, aan wie sommigen het talent van veelvoudig gouden schoenwinnaar Wilfried Van Moer toematen, François Van Cauwenbergh, Pierre Van Mulders en Jef Boelpaep als vaste pionnen.

In de spits werd af en toe ook beroep gedaan op Willy Cieters, die zijn mindere balvaardigheid compenseerde door snelheid. Intussen verwierven ook stilaan Philippe Wijns en Jan De Vits een vaste stek in het elftal.

Voor het seizoen 1971-72 werd dan ook luidop gedroomd van een eerste kampioenstitel. De vorige promoties van Ternat naar tweede provinciale waren immers steeds tot stand gekomen via eindrondes. Nog nooit had Ternat dan ook de vreugde van een kampioenstitel mogen smaken. De kern van ternatse spelers was intussen versterkt door de franstalige galante doelman Jean Miclotte, de scherpe pamelse spits Rik Baldé en wambeekse goalgetter René Blommaert. Met nieuwjaar 1972 scheen ternat haar titel ambities te kunnen waarmaken en stond het samen aan de leiding met Hekelgem met 24 punten. Een zelfverzekerde schatbewaarder Emile Coppens vertolkte in een artikel van Het Laatste Nieuws van 13 januari de gemoedstoestand met de woorden "als we nu het geluk hebben om naar tweede te promoveren krijgt er ons niemand meer uit". Eind januari 1972 begon de ternatse motor echter reeds te sputteren. Een thuisnederlaag tegen de buren van S.V.Asse luidde de neergang in. Den belg wijdde deze nederlaag niet zo zeer aan de mindere vorm van het elftal, maar aan brute pech. Hij lanceerde dan ook maar meteen de uitspraak dat Ternat zeker kampioen zou worden, moest de goal vijf centimeter breder zijn geweest. De goalen werden echter niet breder gemaakt en sporting strandde op de vierde plaats met 44 punten. Hekelgem werd dat jaar kampioen en zou nooit meer in derde voetballen.

Het seizoen 1972-73 startte Ternat in topvorm. De eerste vier matchen werden gewonnen en Sporting scoorde 12 maal. Kapelle Sport, waar twee ex-ternattenaren intussen onderdak hadden gevonden (Frans Van Limberghen en Franske Van Bleyenberg) werd afgepoeierd met 0-3. Abslolute topscorer op dat ogenblik was Néke Blommaerts. Hij maakte 6 doelpunten in vier wedstrijden. Vanaf november loopt het echter opnieuw minder vlot bij sporting. Zoals zo vaak het geval is, doen de derbymatchen, waaraan derde provinciale zo rijk is, Ternat de strop om. Tegen Wambeek, voor wie intussen François Van Cauwenbergh optrad, moest genoegen genomen worden met een gelijkspel, tegen Asse werd verloren met 1-2 en tegen Blauw-Wit Lombeek werd eveneens verloren met 3-2. Ternat, zoals elk jaar titelkandidaat, pakte opnieuw naast de prijzen en moest machteloos toekijken hoe S.V. Asse in 1973 de titel pakte.

Dit belette niet dat het voetbal in Ternat in die vroege zeventigerjaren een bloeiperiode kende. Dit was niet in het minst te wijten aan het stabiel bestuur van sporting waarin Gust De Vits, Armand Kestens, Emile Coppens ... de begeesterende rol bleven spelen. Hun politiek van aanwerving van spelers had er toe geleid dat de spelerskern een groep was van "gezworen kameraden" die heel wat stormen kon trotseren.

Vele spelers van die tijd zijn nog steeds terug te vinden in het sportingwereldje van vandaag als medewerker of supporter. André De Donder werd later herhaalde keren hulptrainer om tenslotte voorzitter van het jeugdbestuur te worden. André Sergeant werd een verdienstelijk jongerentrainer. Pierre Van Mulders is nog steeds een trouwe medewerker van het jeugdbestuur. Jef Van Vaerenbergh en François Van Der Straeten zijn nog steeds kritische maar toch loyale supporters.

Anderen van deze generatie zijn eveneens lang van onschatbare waarde geweest. Ghislain Stylemans vinden we later nog terug als trainer en vanaf 1986 tenslotte als secretaris van het elftal. Eind 1990 werd Ghislain het slachtoffer van een zwaar verkeersongeval, hetgeen hem er toe dwong elke sociale activiteit voor jaren te stoppen.

Tenslotte zou Jean Van Pottelsberghe, die nog in Crossing Schaarbeek gevoetbald had, enkele seizoenen later trainer worden van sporting in tweede provinciale, nadat hij eerst zijn sporen had verdiend als jeugdtrainer.

Een plaats apart in deze gallerij bekleedt ontegensprekelijk ook Etienne De Leu. Tienne was op zijn twintigste reeds kapitein van de ploeg en eenieder die in Ternat voetbal kende was er in die tijd van overtuigd dat hij reeksen te laag speelde. Toen Sporting Anderlecht in 1972 Hugo Broos van Humbeek aantrok, waren vele supporters er van overtuigd dat Tienne goed genoeg was voor Real Madrid. Hijzelf heeft het heisa rond het voetbal altijd weten te relativeren en is tot zijn veertigste sporting trouw gebleven, in tegenstelling tot zijn zoon Nico die in het midden van de negentiger jaren reeds als jeugdspeler van Ternat naar R.W.D.M getransfereerd werd.

De ploeg voetbalde in die periode niet alleen sterk, er werd ook hard gedronken en gepast feestgevierd. Het was immers de periode van de sportingbals, waarvan het meest memorabele wellicht het bal was met Marva in de garage Citroën van Florent De Geyndt, naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van sporting in 1972. De zaal zat afgeladen vol met 850 zitplaatsen. Stoelen moesten door transport De Vits zelfs aangerukt worden vanuit Merchtem.

Deze bloeiperiode wierp uiteindelijk in het seizoen 1974-1975 haar sportieve vruchten af !!! Sporting werd kampioen onder het voorzitterschap van Gust De Vits met André Macharis als trainer, die werd aangetrokken van bij Black Star.

De ploeg had een stevige basis met anciens als Jean Van Pottelberghe, Etienne De Leu en André Sergeant. Zij beschikte daarnaast over jong talent als Julien Hellinckx, in de spits, en Filip Schoukens, een stevige back die later ook nog aan zijn trekken zal komen in S.K.Lombeek. Tot de vaste kern van die kampioenenploeg behoorden ook keepers Rudi Van Rampelbergh en Albert De Kimpe, Maurice Nerinckx, een aanvallende middenvelder, Françis Tielemans, een vleugelspeler met uitzonderlijk talent, Rik Van De Velde, een hardwerkende middenvelder, Christian Bini, een behoorlijk snelle spits, en Néke Hellinckx, die in zijn bloeiperiode vergeleken werd met het duitse voetbalwonder Netzer en die tot op vandaag veldafgevaardigde is van Sporting.

Marcel Raspé (de witten) die later nog onschatbare diensten zou bewijzen als jeugdbegeleider en medewerker, trad in dat kampioenenjaar ook een paar keer aan de aftrap. Marcel kwam begin 1999 om het leven in een onbegrijpelijk treinongeluk, toen hij na een van zijn traditionele voetbalweekends in Ternat, op zondagavond met de trein naar zijn appartement in Sint Agatha Berchem spoorde. Zijn uitvaart was één van de pijnlijke hoogtepunten van de geschiedenis van de voetbalploeg en uit diepe erkentelijkheid werd vanaf 1999 het sinksen-jeugdtornooi dan ook terecht naar hem genoemd.

In dat kampioenenjaar hadden ook de piepjonge Patrick De Valck en Ludo De Bolle hun intrede gedaan in het ere-elftal. Van Ludo De Bolle (Vasco) werd vrij veel verwacht, maar het voetballersleven eiste van deze pallieter een discipline die hij zichzelf moeilijk kon opleggen.

Jos De Vits, zoon van de toenmalige voorzitter, zette in dat jaar zijn eerste stappen in de eerste ploeg, Van Jos De Vits bleek echter vlug dat zijn mogelijkheden verder reikten dan tweede provinciale. Hij verliet sporting dan ook snel voor S.K. Halle en het duurde tot het seizoen 1993-94 voor hij opnieuw de ternatse kleuren droeg, na ook nog voor Merchtem en Zuun aangetreden te zijn. Sedert zijn terugkeer werd Jos zowat de éminence grise van de spelerskern, een functie die hij bleef waarnemen tot hij op het einde van het seizoen 1998-99 belast werd met een mandaat van sportief verantwoordelijke door het voltallig bestuur. De sportieve, financiele en algemeen ondersteunende waarde van vader en zoon De Vits in het leven van sporting kunnen moeilijk voldoende onderstreept worden en de hele ploeg was dan ook in diepe rouw gedompeld toen Gust in 1999 op 68-jarige leeftijd definitief aan al de zijnen en aan sporting noodgedwongen vaarwel moest zeggen na een slepende ziekte.

Tijdens het seizoen 75-76 bleef André Macharis als trainer. De kern werd versterkt met Ternattenaar Danny Van Belle, die na een omweg bij Halle weer in Ternat verzeilde, en het lombeekse enfant-terrible Theo Pouliart, die schitterende matchen afwisselde met onbetwistbare missers. Zijn entree had Theo In elk geval had niet gemist. Na vijf matchen had Sporting immers tien op tien en had de markante linksvoor elke keer gescoord. De verwondering was dan ook groot, en niet in het minst bij Theo zelf, toen hij de zesde competitiematch op de bank moest beginnen.

In de tweede helft van de jaren zeventig hield sporting behoorlijk stand in tweede provinciale. De tenoren van de ploeg, die onder de leiding stond van Jean Van Pottelberghe, bleven voornamelijk Etienne De Leu, André Sergeant, Rik Van De Velde, aangevuld met Marcel Kestemont van F.C Ruisbroek, François De Weghe van F.C. Liedekerke en ook nog steeds Maurice Nerinckx. De keepers uit die periode waren voornamelijk Gilbert De Schepper en later Chris Van Marcke, die begeleid werden door De Vreught. Van deze ploeg maakten ook nog Norbert De Troch, die later voor Hoger Op Merchtem uitkwam, Ronny Van Petegem en Filip Schoukens deel uit.

Het was ook de tijd dat Ternat beschikte over een Vander Elst-brother, namelijk Jean-Paul, die zijn naam alle eer aandeed en één van de degelijkste en vooral regelmatigste middenvelders van tweede provinciale C mocht genoemd worden.

De zeventiger jaren werden op 30 december 1979 afgesloten met een jubileummatch tegen H.O. Merchtem ter ere van André Sergeant. André werd op dat ogenblik door zijn ploegmaats, bestuur en supporters gehuldigd voor zijn 10 jaar trouwe dienst aan Sporting. Terecht werd ook zijn vrouw bij de hulde betrokken. Van "lieveke" is geweten dat zij met André en met sporting heel veel geduld heeft moeten hebben, hetgeen zij tot op vandaag steeds met de glimlach heeft blijven doen. Nog steeds steunt zij immers, met woord en daad, zowel de jeugd als het eerste elftal in goede en kwade dagen. Na jaren voor André te supporteren, doet zij thans met evenveel overtuiging hetzelfde voor haar zoon Kenny, die sedert het seizoen 1998-99 eerste doelman werd van sporting.

© Ronald Parys - Sporting Ternat van 1950 tot 2000, Kroniek van een voetbalploeg.

 
Related Pages
 
Historiek 1950 - 1960
 
Historiek 1960 - 1970
 
Historiek 1970 - 1980
 
Historiek 1980 - 1990
 
Historiek 1990 - 2000